Ontslag bij langdurige arbeidsongeschiktheid

Het UWV kan naast bedrijfseconomisch ontslag ook een arbeidsovereenkomst opzeggen vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid. Dit is ontslaggrond b in de serie van ontslaggronden.

Ontslag bij langdurige arbeidsongeschiktheid
Als er sprake is van langdurige arbeidsongeschiktheid bij een werknemer en er een uitzichtloze situatie ontstaat, dan kan de werkgever een verzoek doen om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Dit verzoek moet de werkgever schriftelijk indienen bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).

Een ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is mogelijk indien:

  • de arbeidsongeschiktheid ten minste twee jaar heeft geduurd en;
  • aannemelijk is dat binnen 26 weken geen herstel zal optreden en;
  • binnen diezelfde periode van 26 weken het werk ook niet in aangepaste vorm kan worden verricht.

Ontslagvergunningprocedure bij langdurige arbeidsongeschiktheid
Voor een aanvraag gebaseerd op langdurige arbeidsongeschiktheid heeft het UWV een (digitaal) formulier beschikbaar gesteld. Dit formulier dient volledig ingevuld en voorzien van alle bijlagen bij het UWV te worden ingediend. Het is verplicht dit door het UWV beschikbaar gestelde formulier te gebruiken voor het indienen van een aanvraag. Het moment dat het UWV de volledige aanvraag heeft ontvangen, is bepalend voor het vaststellen van de opzegtermijn die, als het UWV toestemming verleent, in acht moet worden genomen. De periode die ligt tussen de datum dat het UWV het volledige verzoek heeft ontvangen, en de datum van de beslissing op de aanvraag mag in mindering worden gebracht op de opzegtermijn.



Minimale opzegtermijn
In alle gevallen geldt dat een minimale opzegtermijn van één maand in acht moet worden genomen. Bij een opzegtermijn van twee maanden en een behandeling bij het UWV die zes weken in beslag neemt, mag de opzegtermijn dus verkort worden tot één maand. De aanvraag moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Nadat de volledige aanvraag door het UWV is ontvangen, wordt deze doorgestuurd aan de werknemer. De werknemer heeft vervolgens twee weken de tijd om een verweer in te dienen. Het UWV beslist vervolgens of de werkgever en de werknemer gelegenheid krijgen om schriftelijk hun zienswijze naar voren te brengen.

Hierna worden enkele interessante rechtszaken behandeld. Het komt namelijk geregeld voor dat het UWV weigert een ontslagvergunning te verlenen, en dat de werkgever zich dan tot de rechter wendt.

Bron: www.pwnet.nl