WGA Flex: belangrijk aandachtspunt voor accountants

Op 1 januari 2017 treedt de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (Bezava) in werking. Hiermee verdwijnt het onderscheid tussen de WGA voor vaste medewerkers en voor flexwerkers. Als werkgevers niet tijdig beslissen of zij eigenrisicodrager willen worden of blijven, keren zij voor al hun medewerkers voor minimaal drie jaar terug naar UWV.

Voor werkgevers die nog geen eigenrisicodrager zijn, betekent dit dat zij vóór 1 oktober 2016 moesten bepalen of zij dit willen worden. Werkgevers die al eigenrisicodrager zijn, moeten voor 31 december 2016 beslissen of zij dat ook willen blijven. Het is zaak een weloverwogen keuze te maken, want een verkeerde beslissing kan hoge kosten met zich meebrengen. De nieuwe wet is daarmee absoluut een onderwerp om als accountant bij uw klanten onder de aandacht te brengen. Net als financiële adviseurs vanuit de Wft, heeft u immers onder andere vanuit de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) een belangrijke zorgplicht. In dit artikel besteden we aandacht aan de voornaamste keuzecriteria.

Dit jaar hebben de circa 64.000 huidige WGA-eigenrisicodragers de mogelijkheid om privaat verzekerd te blijven en de verzekering uit te breiden met dekking voor flexwerkers. Werkgevers die al minimaal drie jaar bij UWV zitten, kunnen vanaf 1 januari 2017 eigenrisicodrager worden.

Financiering van de staartlasten
Voorheen moesten bedrijven die van publiek naar privaat overgingen, de zogeheten 'staartlasten' financieren. Dit houdt in dat zij medewerkers die al ziek waren, moesten 'meefinancieren' naar het private stelsel. Andersom bleven bij de overstap van privaat naar publiek de staartlasten bij de verzekeraar achter. Van de vele werkgevers die tot nu toe bij UWV zijn verzekerd, wilde een aantal eigenrisicodrager worden.

Maar de bestaande schadelast (huidige zieken en WGA-uitkeringen) was simpelweg te hoog om over te stappen. Deze scheve situatie is nu rechtgetrokken, zodat overstappen per 1 januari 2017 gemakkelijker wordt. Werkgevers kunnen daardoor de bestaande schadelast achterlaten bij UWV en dus 'schoon' over naar de private verzekeraar. Hiermee is een belangrijke drempel weggenomen.

Keuze hangt af van twee belangrijke factoren
De keuze tussen privaat en publiek hangt af van twee belangrijke factoren: van de verzuimsituatie van een werkgever en van de wens om een preventief verzuimbeleid te voeren. Preventie en duurzame inzetbaarheid behoren niet tot het takenpakket van UWV. Deze organisatie is ingericht voor de uitvoering van de WIA en verzorgt de uitkering aan de werknemer als vervanging van het loon van de werkgever. UWV komt pas in actie ná de periode van verplichte loondoorbetaling van twee jaar. Private verzekeraars leggen naast re-integratie wél veel nadruk op preventie en duurzame inzetbaarheid. Doel hiervan is instroom in de WGA te voorkomen of te beperken. De ervaring leert dat dit in de eerste twee jaar moet gebeuren; hoe eerder de re-integratie start, hoe groter de kans op succes.

Belangrijk, want werkgevers kunnen vaak de impact van de financiële risico's niet goed inschatten als een medewerker de WGA instroomt. De uitkeringsschade kan voor iedere werknemer die de WGA instroomt, oplopen tot wel € 100.000 of meer. Dus hoe eerder maatregelen worden genomen, hoe beter dit financiële risico voor werkgevers kan worden beheerst. En dat draagt bij aan de bedrijfscontinuïteit.

Let op: tijdig regelen!
Als een werkgever besluit eigenrisicodrager te worden, dan moet hij dit uiterlijk 1 oktober 2016 aangeven bij de Belastingdienst. Bestaande eigenrisicodragers dienen dit uiterlijk 31 december 2016 aan te geven. De verzekeraar stuurt vervolgens de vereiste Garantieverklaring naar de Belastingdienst. Werkgevers die dit niet op tijd regelen, gaan verplicht voor drie jaar (!) terug naar UWV en kunnen dan in ieder geval tot 1 januari 2020 geen eigenrisicodrager meer worden. Bij UWV betalen zij een premie die gebaseerd is op alle historische lasten. Specifiek voor middelgrote en grote werkgevers geldt dat zij de aan hen toegerekende schadelast direct voelen in een verhoging van de gedifferentieerde UWV-premie. Zij hebben dus een direct belang om de schade te beperken. Kleine bedrijven betalen bij UWV een sectorpremie; de meeste van deze bedrijven hebben de loonschade verzekerd en worden daarbij bijgestaan door hun private verzekeraar. Inspanningen in de eerste 104 weken kunnen daarmee ook voor hen positief doorwerken in de WGA-jaren daarna.

Risico door 'Overgang van onderneming'
Nog een belangrijk aandachtspunt is dat weinig ondernemers beseffen wat de gevolgen zijn van 'Overgang van onderneming' door insourcing of outsourcing voor hun WGA-lasten. Zij kunnen dan ook worden geconfronteerd met negatieve financiële verrassingen. Ook hierin is goede begeleiding en inzicht essentieel. Dit geldt des te meer voor werkgevers met een verhoogde gedifferentieerde premie en een stijgende loonsom. Zij betalen bij UWV een premie die is gebaseerd op schade uit het verleden. Als een organisatie groeit en de loonsom toeneemt, worden de financiële lasten dus ook onverwacht groter.

Financiële en strategische beslissing
Samenvattend is bij de WGA de keuze tussen privaat of publiek verzekeren zowel een financiële als een strategische. Deze keuze valt per werkgever verschillend uit. De keuze tussen privaat en publiek hangt af van de verzuimsituatie en het verzuimverleden. Maar ook van de beslissing om een proactief verzuimbeleid te willen voeren. U kunt als accountant dit onderwerp met uw klanten bespreken En de verschillende alternatieven tegen elkaar afwegen.

Bron: www.accountant.nl